Vierentwintig miljoen euro. Voor dat bedrag zijn de coalitiepartijen in de Kamer bereid de elektrische auto de nek om te draaien. Want vergroening is allemaal leuk en aardig, maar het mag niets kosten.
Staatssecretaris Weekers van Financiën zag het wel zitten: zeer zuinige auto's, elektrische bijvoorbeeld, zouden een nulbijtelling krijgen. Op die manier zou de introductie van elektrische mobiliteit een duwtje in de rug krijgen: acceptatie, gewenning, en die oplaadpalen die overal verrijzen worden ook nog eens gebruikt. We moeten toch een keer de stap wagen van olie naar iets anders, nietwaar.
Maar dat gaat dus niet door. Coalitie en gedoger vinden het belangrijker dat een auto van de zaak ook een vorm van inkomen is, en dus belast moet worden. Want natuurlijk moeten de belastingen allemaal omlaag, behalve dan als daarbij mogelijk zaken als vooruitgang en het milieu gebaat zijn.
Weekers kan niet anders dan zich neerleggen bij de wens van de meerderheid. Dus moeten berijders van zeer zuinige auto's (minder dan 49 gram CO2 per km) vanaf 1 januari 7% bijtelling betalen. Wie in 2011 nog een elektrische auto bestelt krijgt nog het 0-tarief, maar dat is het dan ook. Weg prikkel om het avontuur aan te gaan. Weg stimulans om te ontdekken dat een actieradius van 150 kilometer vrijwel altijd ruim voldoende is.
Gelukkig heb ook dit nadeel z'n voordeel: in 2015 moet de maatregel maar liefst 24 miljoen euro per jaar opleveren. Is toch weer mooi meegenomen, nietwaar, op een rijksbegroting van 223.792 miljoen (2011). Dit soort kruimelwerk is toch veel belangrijker dan de toekomst van mobiliteit en milieu?


